Blog

Voetbalvereniging Be Quick’28 over spelervolgsysteem Dotcomclub

Bert Locht en Gerard van Moorst over introductie spelervolgsysteem.

Be Quick is dit seizoen in de jeugdafdeling begonnen met het spelervolgsysteem om de ontwikkeling van spelers vast te leggen. Dat gebeurt zowel bij de jongens- als de meisjeselftallen uit de prestatielijn. De ingebruikneming is enigszins geruisloos gebeurd, daarom willen we het ook bij de andere Be Quickers nog eens onder de aandacht brengen. Een gesprek met Bert Locht en Gerard van Moorst die het spelervolgsysteem vanuit de Technische commissie monitoren.

 

Hoe werkt het spelervolgsysteem?

Bert: “Het spelervolgsysteem biedt de mogelijkheid om heel veel zaken rondom spelers en een elftal vast te leggen. Daarbij kun je denken aan trainingsopkomst, voorkeurpositie, opstelling en links- of rechtsbenig. Maar ook aan iets als het aantal speelminuten. Zeker in de lagere elftallen vinden we dat spelers uit de prestatielijn evenveel speeltijd moeten krijgen.”

Gerard: “Bovendien kun je heel veel bijkomende informatie uploaden. Denk dan bijvoorbeeld aan E-boeken over oefenstof. Per leeftijdscategorie heb ik de specifieke kenmerken toegevoegd. Op die manier kun je een hele mooie database bouwen.”

Trainers die bij Be Quick in de prestatielijn zitten hoeven zich niet te vervelen. Het beoordelingsblad voor een speler valt uiteen in vier hoofdgroepen: opbouwend/aanvallend, verdedigend, fysiek/conditioneel en persoonlijkheidskenmerken. In totaal zijn er zo’n 60 categorieën waarop een speler beoordeeld kan worden, waarbij 5 de hoogste score is (zie afbeelding onderaan).

 

Het evaluatiemoment

Bert: “Halfjaarlijks moet er een beoordelingformulier worden ingevuld. De trainer kan de uitkomsten dan met de speler bespreken.”

Gerard: “Bij de lagere categorieën kunnen de ouders ook nog aanschuiven als ze dat willen. Bij dit alles gaat het er natuurlijk ook om om bij een speler latente mogelijkheden te ontdekken.”

Bert: “Op dit moment is het niet zo dat we trainers verplichten om alle criteria in te vullen. Daar hebben ze een zekere vrijheid in, maar misschien moeten we daar in de toekomst toch één lijn in trekken.”

Gerard: “Uiteindelijk moeten we het gebruik van het spelervolgsysteem ook weer evalueren. Dat moet zich allemaal nog uitkristalliseren. Toch gaan we flexibel om met alles. Spelers die echt goed zijn komen uit in een hogere categorie. Ook mogen veel spelers een keer in de week meetrainen met de volgende leeftijdscategorie.”

 

Continuïteit en objectiviteit

Bert: “Het is een ondersteunend systeem dat ons een bepaalde basis biedt. Het staat of valt met mensen die het invullen. Daar zien Gerard en ik dan op toe.”

Gerard: “Bert en ik zijn de enigen die als ‘administrator’ actief zijn. Daarmee is ook de privacy van spelers gegarandeerd.”

Inmiddels is ook Marco Heetjans aangeschoven, bestuurslid voetbalzaken bij Be Quick. Marco: “Uiteindelijk is het langere termijneffect zeer waardevol. Hoe meer jaren een speler bij ons actief is geweest, hoe objectiever de beoordeling is. Dan hebben er al zoveel mensen naar gekeken.”

Bert: “Een trainer is uiteindelijk een passant, maar dat is het spelervolgsysteem uiteindelijk niet. Dat moet de Technische commissie waarborgen.”

 

Een goede jeugdopleiding

Uiteindelijk draait het er allemaal om dat we onze jeugdopleiding goed op orde hebben. In het seizoen 2015-2016 zullen er liefst 14 elftallen actief zijn in de prestatielijn. Dat is een heel mooi aantal.

Gerard: “Bijna alle trainers in de prestatielijn hebben hun TC-III diploma of zijn daar mee bezig. Bovendien hebben we met Henk Uitslag een looptrainer in dienst die actief is in deze elftallen. Hij richt zich vooral op herstel- en intervaltrainingen. Blessurepreventie is ook belangrijk.”

Marco: “Uiteindelijk vinden we het heel belangrijk dat Be Quick een goede jeugdopleiding heeft, waarbij plezier ook belangrijk is. Het valt bij ons ook erg mee met stoppende spelers. Als een speler stopt dan is dat vaak pas in de A-categorie. Dat is later dan wat landelijk gebruikelijk is.

Gerard: “Er heerst hier ook een echte voetbalcultuur. Er is een sterke onderlinge band tussen de trainers. Bovendien hebben de trainers ook iets met de club. Het totaalplaatje moet er voor zorgen dat jongens en meisjes bij Be Quick willen voetballen.”

Bron: Be Quick’28 / www.bequick28.nl